P.C. Hooft-prijs 2018 voor Nachoem Wijnberg

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 11 december 2017 besloten de P.C. Hooft-prijs 2018 toe te kennen aan Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 1961). Deze oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor poëzie en wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Literatuurmuseum, op donderdag 24 mei 2018, drie dagen na de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter. Het is dit jaar precies 70 jaar geleden dat de P.C. Hooft-prijs voor het eerst werd toegekend.

Wijnbergs werk werd eerder onderscheiden met de Jan Campertprijs (2004), de Ida Gerhardt Poëzieprijs (2008) en de VSB Poëzieprijs (2009).
De P.C. Hooft-prijs 2018 voor het gehele oeuvre van Nachoem Wijnberg is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Remco Ekkers (voorzitter), Maria Barnas, Ellen Deckwitz, Jos Joosten en Anne Vegter. Recente eerdere laureaten in de categorie poëzie zijn: Anneke Brassinga (2015), Tonnus Oosterhof (2012), Hans Verhagen (2009) en H.C. ten Berge (2006). Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000.

Uit het juryrapport:
– Wijnberg lezen is een scherpzinnige manier van denken betreden met een taal die loepzuiver is en gevaarlijk: overal kan een val zijn uitgezet, waardoor wat net gelezen is opeens in een ander daglicht komt te staan.
– Kenmerkend voor alle gedichten is de meerledigheid waarmee de dichter zijn wereld beziet. Van nabij en altijd ook op afstand, zodat het hoogstpersoonlijke prangend is en soms van een grote tragiek – maar altijd ook van ver af, zodat het individuele menselijk wordt, en van groot, enorm belang.

-

-

-

-