P.C. Hooft-prijs 1948

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs 1948

P.C. Hooft-prijs voor A.M. Hammacher

A.M. Hammacher kreeg de P.C. Hooft-prijs voor Eduard Karsen en zijn vader Kaspar. De prijs werd in 1949 uitgereikt en bedroeg fl. 2.500.

Biografie

Abraham Marie Wilhelmus Jacobus (A.M.) Hammacher (Middelburg, 1897 – Abano Terme, Italië, 19 april 2002), was als kind als een liefhebber van de sc...Lees meer >

Biografie

Abraham Marie Wilhelmus Jacobus (A.M.) Hammacher (Middelburg, 1897 – Abano Terme, Italië, 19 april 2002), was als kind als een liefhebber van de schone kunsten. Hij speelde viool, hij tekende en schilderde. In 1917 vertrok hij naar Utrecht om rechten te gaan studeren, maar na een jaar gaf hij die studie op. In 1919 begon hij met het schrijven van kunstbeschouwelijke artikelen voor het Utrechtsch Dagblad. In de jaren die volgden breidde hij deze activiteit uit en verschenen er talloze bijdragen over schilder- en beeldhouwkunst in bladen als De Gids, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, De Vrije Bladen, Forum, Groot-Nederland, Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Groene Amsterdammer. Voor Elsevier en Beeldende Kunst ging hij in de jaren dertig ook werken als redacteur. Hij wijdde verschillende studies aan afzonderlijke kunstenaars, zoals Van Gogh. In zijn twee hoofdwerken is zijn blik panoramischer: The Evolution of Modern Sculpture (1969) en Phantoms of the Imagination. Fantasy in Art and Literature from Blake to Dalí (1981). In 1947 werd Hammacher directeur van het Rijksmuseum Kröller-Müller te Otterlo en in 1952 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Technische Hogeschool te Delft. Beide functies bekleedde hij tot in de jaren zestig. Als kunstcriticus had hij weinig belangstelling voor de iconografie van een kunstwerk of voor dateringsproblemen binnen het oeuvre van een kunstenaar, maar des te meer voor diens artistieke persoonlijkheid en drijfveren. Hij leverde een fundamentele bijdrage aan de beeldvorming van de moderne en hedendaagse schilder- en beeldhouwkunst.
In 1943 werd hem de Dr. Wijnandts Franckenprijs toegekend, in 1948 gevolgd door de P.C. Hooft-prijs. In 1965 kreeg hij de Gouden Ganzenveer vanwege zijn grote betekenis voor het geschreven of gedrukte woord in Nederland.

Jury

In de jury zaten H. Freudenthal, J.H. Kernkamp, P. Minderaa, A.F.E. van Schendel, Garmt Stuiveling (voorzitter), J.J.M. Timmers en Theun de Vries. H.J...Lees meer >

Jury

In de jury zaten H. Freudenthal, J.H. Kernkamp, P. Minderaa, A.F.E. van Schendel, Garmt Stuiveling (voorzitter), J.J.M. Timmers en Theun de Vries. H.J. Michaël was ambtelijk secretaris.