P.C. Hooft-prijs 1949

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs 1949

P.C. Hooft-prijs voor Gerrit Achterberg

Gerrit Achterberg P.C. Hooft-prijs voor En Jezus schreef in ´t zand. De prijs werd in 1950 uitgereikt op het Muiderslot en bedroeg fl. 2.500.

Biografie

Gerrit Achterberg (Langbroek, 20 mei 1905 – Leusden, 17 januari 1962), was zoon van een koetsier en bracht zijn jeugd door op een gepachte boerderij...Lees meer >

Biografie

Gerrit Achterberg (Langbroek, 20 mei 1905 – Leusden, 17 januari 1962), was zoon van een koetsier en bracht zijn jeugd door op een gepachte boerderij. Hij was tot 1933 onderwijzer. Achterberg had een labiele persoonlijkheid. Twee keer werd hij opgenomen in een psychiatrische inrichting. Vanaf 1934 woonde hij in Utrecht bij een hospita. Hij bracht haar in december 1937 met een pistoolschot om het leven. Haar 16-jarige dochter raakte gewond. Hij gaf zichzelf aan bij de politie en werd ter beschikking gesteld van de regering. Hij werd behandeld en verbleef tot eind 1942 in de Rekkensche Inrichtingen. In 1944 ging hij samenwonen met Cathrien van Baak in Neede. Later trouwde hij met haar. In 1953 verhuisden ze naar Leusden, waar Achterberg in 1962 overleed.
In 1926 debuteerde hij met drie “Strophen” in Elsevier. Daarna publiceerde hij in diverse bladen. Hij schreef ongeveer dertig bundels poëzie. Achterberg schreef geen proza. Hij voorzag in zijn onderhoud door werkzaamheden te verrichten voor het Dialectenbureau van P.J. Meertens. Daarnaast ontving hij stipendia en royalties. In 1949 kreeg hij de P.C. Hooft-prijs, in 1954 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. In 1959 kreeg hij voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs. Bloemlezingen uit zijn werk verschenen in het Frans, Arabisch, Spaans en Engels. Kees Fens merkte in Doorluchtig glas (1997) over Achterberg op dat hij zich ter beschikking gesteld voelde van de poëzie. “Zijn gedichten waren de rechtvaardiging van zijn bestaan tegenover de buitenwereld, waarvan hij jarenlang door muren was afgesloten.”

Jury

In de jury zaten Clara Eggink, Martinus Nijhoff, W.A.P. Smit en Garmt Stuiveling (voorzitter). H.J. Michaël was ambtelijk secretaris.

Jury

In de jury zaten Clara Eggink, Martinus Nijhoff, W.A.P. Smit en Garmt Stuiveling (voorzitter). H.J. Michaël was ambtelijk secretaris.