P.C. Hooft-prijs 1963

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs 1963

P.C. Hooft-prijs voor F.G.L. van der Meer

F.G.L. van der Meer kreeg de P.C. Hooft-prijs voor beschouwend proza. De prijs werd in 1964 uitgereikt en bedroeg fl. 5.000.

Biografie

Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer (Bolsward, 16 november 1904 – Lent, 19 juli 1994) was archeoloog, kunsthistoricus, letterkundige en pries...Lees meer >

Biografie

Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer (Bolsward, 16 november 1904 – Lent, 19 juli 1994) was archeoloog, kunsthistoricus, letterkundige en priester. Hij volgde het gymnasium in Sneek. Hij werd in 1928 tot priester gewijd. In 1932 vertrok hij naar Rome, waar hij christelijke archeologie studeerde. Twee jaar later promoveerde hij op een iconografisch proefschrift over de afbeeldingen van de Apocalyps. De handelsuitgave (1938) werd zijn eerste boek. In 1939 werd hij benoemd tot lector aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. In 1941 verscheen zijn Catechismus die veel katholieke huisgezinnen zou bereiken. In 1946 werd hij benoemd tot hoogleraar christelijke archeologie en liturgie. Internationaal maakte hij naam met zijn studie over Aurelius Augustinus, Augustinus de zielzorger (1947) In 1955 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar in de schoonheidsleer en kunstgeschiedenis, de christelijke archeologie en iconografie. Hij stond bekend als een enthousiast docent. Met de bestuurlijke kant van het hoogleraarschap hield hij zich niet bezig en hij bezocht ook vrijwel nooit congressen of symposia. Hij had een aansprekende en bevlogen stijl van schrijven, waaruit een sterk religieus besef sprak. Zijn Atlas van de Westerse beschaving (1951) en Atlas van de Oudchristelijke wereld (1958) zijn in diverse talen vertaald en worden internationaal nog steeds door zowel studenten als docenten gebruikt. In de jaren zestig toonde Van der Meer zich een tegenstander van de modernisering van de Nederlandse katholieke kerk. Na zijn emeritaat in 1974 bracht hij de laatste jaren van zijn leven in eenzaamheid door. Van der Meer werd in 1950 gevraagd lid te worden van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1964 ontving hij de P.C. Hooftprijs. In 1978 verscheen een herdruk van zijn proefschrift uit 1938 gelijktijdig in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. Hij ontving in 1980 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen.

Jury

In de jury zaten C.J.E. Dinaux, Kees Fens, W. Jos de Gruyter, P. Minderaa (voorzitter), L.J. Rogier, J.W. Schulte Nordholt en J.D.P. Warner. H.G. Komp...Lees meer >

Jury

In de jury zaten C.J.E. Dinaux, Kees Fens, W. Jos de Gruyter, P. Minderaa (voorzitter), L.J. Rogier, J.W. Schulte Nordholt en J.D.P. Warner. H.G. Kompen was ambtelijk secretaris.