P.C. Hooft-prijs 1966

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs
marquee_img

P.C. Hooft-prijs 1966

P.C. Hooft-prijs voor Anton van Duinkerken

Anton van Duinkerken kreeg de P.C. Hooft-prijs voor beschouwend proza. De prijs werd in 1967 uitgereikt en bedroeg fl. 8.000.

Biografie

Anton van Duinkerken, pseudoniem van Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs (Bergen op Zoom, 2 januari 1903 – Nijmegen, 27 juli 1968) was het ...Lees meer >

Biografie

Anton van Duinkerken, pseudoniem van Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs (Bergen op Zoom, 2 januari 1903 – Nijmegen, 27 juli 1968) was het oudste van acht kinderen in een bierbrouwersgezin. Hij werd opgeleid tot priester, maar voelde bij nader inzien toch meer voor het schrijverschap. In 1927, het jaar waarin hij het seminarie verliet, verscheen Onder Gods ogen, zijn eerste dichtbundel. Hij studeerde enkele jaren MO-Nederlands, maar maakte de studie niet af. Hij koos voor de journalistiek. Hij was literair criticus voor het katholieke dagblad De Tijd. In 1929 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij achtereenvolging redactielid was van Roeping, De Gemeenschap en De Gids. In 1930 trouwde hij met Nini Arnolds en kreeg een gezin met acht kinderen. Tijdens de oorlog schreef hij verzetspoëzie onder schuilnamen. In 1942 zat hij een half jaar in het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, samen met onder anderen S. Vestdijk. In 1940 werd Van Duinkerken bijzonder hoogleraar in de Vondelstudie aan de Rijksuniversiteit in Leiden. In 1948 werd hij hoogleraar in de kunstgeschiedenis aan de Jan van Eyck-Academie in Maastricht. In 1953 werd hij hoogleraar in de Nederlandse en algemene letterkunde aan de R.K. Universiteit van Nijmegen. Op instigatie van het episcopaat zei hij toen zijn lidmaatschap van de Partij van de Arbeid op. Zijn vrouw werd vervolgend lid. Hij bleef diverse artikelen schrijven voor tijdschriften, gedenkboeken en verzamelbundels. Hij kreeg verschillende literaire prijzen: de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygens-prijs, de Dr. P.C. de Brouwerpenning, de Literatuurprijs van de Groot-Kempische Cultuurdagen en de P.C. Hooft-prijs. Ook werd hij in België koninklijk onderscheiden. De gemeente Bergen op Zoom richtte een standbeeld voor hem op, in Veldhoven staat een kleinere sculptuur, in Hilvarenbeek een borstbeeld.

Duinkerken_Swagemakers1958

Jury

In de jury zaten L. Brummel (voorzitter), P.J. Meertens, R.W.D. Oxenaar, Karel van het Reve, L.J. Rogier, A.L. Sötemann en Evert Straat. H.J. Michaë...Lees meer >

Jury

In de jury zaten L. Brummel (voorzitter), P.J. Meertens, R.W.D. Oxenaar, Karel van het Reve, L.J. Rogier, A.L. Sötemann en Evert Straat. H.J. Michaël was ambtelijk secretaris.

Duinkerken_Swagemakers1958
Duinkerken_Swagemakers1958