P.C. Hooft-prijs 2020 voor Maxim Februari

Over de P.C. Hooft-prijs

Instelling

De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks af...Lees meer >

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius ...Lees meer >

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, d...Lees meer >

P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs 2020 voor Maxim Februari

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 16 december 2019 besloten de P.C. Hooft-prijs 2020 toe te kennen aan Maxim Februari (Coevorden, 1963). Deze oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor beschouwend proza en wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in Theater Diligentia in Den Haag, in september 2020.

De P.C. Hooft-prijs 2020 voor het oeuvre van Maxim Februari is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Marian Donner, Odile Heynders, Lotte Jensen, Jan de Roder (voorzitter) en Stephan Sanders. Recente eerdere laureaten in de categorie beschouwend proza zijn: Bas Heijne (2017), Willem Jan Otten (2014) en H.J.A. Hofland (2011). Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000.

Twee fragmenten uit het juryrapport:

Het perspectief is altijd dat van de schrijver […]. De stijl van de verteller bij Februari werpt een effectieve dam op tegen eenduidigheid, stelligheid en onwrikbaar gelijk. Bovendien biedt die stijl ook de vormen die ironie mogelijk maken zonder te verworden tot sarcasme en niet in de laatste plaats zelfspot zonder dat die verwordt tot ijdelheid.

In het ‘Woord vooraf’ bij De maakbare man. Notities over transseksualiteit (2013) schrijft Februari over de onbeschaamde nieuwsgierigheid van programmamakers en interviewers naar precies die intieme kanten van het privéleven waarvan zij ongetwijfeld hebben gedacht dat iedereen dat wil weten, alsof we inmiddels allemaal de schaamte ver voorbij zijn. Maar op elke pagina van het boek is het tastbaar dat alleen iemand die zelf die transitie heeft doorgemaakt zó lucide, speels, humoristisch, tegendraads en niet in de laatste plaats ontroerend daarover kan schrijven. Zo kan alleen Februari dat. Onbedoeld is het een pleidooi voor literatuur, tegen een teveel, maar vooral ook tegen een te weinig ervan. De literatuur heeft het hard nodig. Alleen al voor dit boek had Februari de P.C. Hooft-prijs verdiend, al heeft hij gelukkig veel meer geschreven waarvoor deze prijs de vanzelfsprekende bekroning is.