Staatsprijs

Over de P.C. Hooft-prijs

Staatsprijs

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius werd voorgedragen voor de P.C. Hooft-prijs. De toenmalige CDA-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Elco Brinkman weigerde de prijs uit te reiken aan Brandt Corstius, omdat deze zich in zijn ogen ongepast had uitgelaten over prominente politici. Deze beslissing deed veel stof opwaaien. De reeds benoemde jury voor de P.C. Hooft-prijs 1985 trad af en vervolgens werd de prijs twee jaar niet uitgereikt. In 1987 werd de onafhankelijke Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde opgericht, door drie landelijke letterkundige instellingen: de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, PEN-centrum Nederland en de Vereniging van Letterkundigen. Het bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van deze drie instellingen. De eerste prijs ging naar Hugo Brandt Corstius en werd door het Stichtingsbestuur zelf toegekend. De P.C. Hooft-prijs bedraagt 60.000 euro. De voorwaarde dat een deel (€ 25.000) van het prijzengeld moet worden besteed aan een specifiek literair doel is in 2003 komen te vervallen. Bij de geldprijs hoort een oorkonde en een bronzen beeldje van P.C. Hooft.

< Terug
P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 16 december 2019 besloten de P.C. Hooft-prijs 2020 toe te kennen aan Maxim Februari (Coevorden, 1963). Deze oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor beschouwend proza en wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in Theater Diligentia in Den Haag, op maandag 25 mei 2020.

De P.C. Hooft-prijs 2020 voor het oeuvre van Maxim Februari is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Marian Donner, Odile Heynders, Lotte Jensen, Jan de Roder (voorzitter) en Stephan Sanders. Recente eerdere laureaten in de categorie beschouwend proza zijn: Bas Heijne (2017), Willem Jan Otten (2014) en H.J.A. Hofland (2011). Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000.

Twee fragmenten uit het juryrapport:

Het perspectief is altijd dat van de schrijver […]. De stijl van de verteller bij Februari werpt een effectieve dam op tegen eenduidigheid, stelligheid en onwrikbaar gelijk. Bovendien biedt die stijl ook de vormen die ironie mogelijk maken zonder te verworden tot sarcasme en niet in de laatste plaats zelfspot zonder dat die verwordt tot ijdelheid.

In het ‘Woord vooraf’ bij De maakbare man. Notities over transseksualiteit (2013) schrijft Februari over de onbeschaamde nieuwsgierigheid van programmamakers en interviewers naar precies die intieme kanten van het privéleven waarvan zij ongetwijfeld hebben gedacht dat iedereen dat wil weten, alsof we inmiddels allemaal de schaamte ver voorbij zijn. Maar op elke pagina van het boek is het tastbaar dat alleen iemand die zelf die transitie heeft doorgemaakt zó lucide, speels, humoristisch, tegendraads en niet in de laatste plaats ontroerend daarover kan schrijven. Zo kan alleen Februari dat. Onbedoeld is het een pleidooi voor literatuur, tegen een teveel, maar vooral ook tegen een te weinig ervan. De literatuur heeft het hard nodig. Alleen al voor dit boek had Februari de P.C. Hooft-prijs verdiend, al heeft hij gelukkig veel meer geschreven waarvoor deze prijs de vanzelfsprekende bekroning is.