P.C. Hooft

Over de P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft

P.C. Hooft (Amsterdam 16 maart 1581 – Den Haag, 21 mei 1647), was geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hij was de zoon van Cornelis Hooft, die verschillende functies in het bestuur van Amsterdam had vervuld, onder andere als burgemeester. Na een reis door Europa, studeerde de jonge Hooft rechten in Leiden. Hij wordt gezien als een exponent van de renaissance in Nederland en had humanistische ideeën. Hij was geen kerklid en koos in de strijd tussen katholieken en protestanten (ten tijde van de Tachtigejarige Oorlog) geen partij. Hooft trouwde in 1610 met Christina van Erp. Na haar dood in 1624 trouwde hij met Leonora Hellemans, in 1627. Hooft was drost van Muiden en baljuw van het Gooiland. Daarnaast was hij rechter. Hij woonde veertig jaar in het Muiderslot. Omdat hij er soms nogal stil vond, vroeg hij mensen te logeren die net als hij geinteresseerd waren in literatuur. Deze kring werd de Muiderkring genoemd. Hooft gebruikte zijn toneelstukken om zijn staatkundige ideeën wereldkundig te kunnen maken. Zijn bekendste stukken zijn Geeraerdt van Velsen (1613), over de moord op Graaf Floris V en Baeto (1617), over de rol van de Bataven bij de totstandkoming van Nederland. Ook schreef hij liefdespoëzie. Zijn bekendste werk is Emblemata amatoria, liefdesemblemen uit 1611. Tot zijn dood schreef hij aan de Nederlandsche historiën. De laatste zeven delen (van de zevenentwintig) verschenen postuum.

< Terug
P.C. Hooft-prijs P.C. Hooft-prijs

P.C. Hooft-prijs

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 16 december 2019 besloten de P.C. Hooft-prijs 2020 toe te kennen aan Maxim Februari (Coevorden, 1963). Deze oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor beschouwend proza en wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in Theater Diligentia in Den Haag, op dinsdagmiddag 26 mei 2020.

De P.C. Hooft-prijs 2020 voor het oeuvre van Maxim Februari is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Marian Donner, Odile Heynders, Lotte Jensen, Jan de Roder (voorzitter) en Stephan Sanders. Recente eerdere laureaten in de categorie beschouwend proza zijn: Bas Heijne (2017), Willem Jan Otten (2014) en H.J.A. Hofland (2011). Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000.

Twee fragmenten uit het juryrapport:

Het perspectief is altijd dat van de schrijver […]. De stijl van de verteller bij Februari werpt een effectieve dam op tegen eenduidigheid, stelligheid en onwrikbaar gelijk. Bovendien biedt die stijl ook de vormen die ironie mogelijk maken zonder te verworden tot sarcasme en niet in de laatste plaats zelfspot zonder dat die verwordt tot ijdelheid.

In het ‘Woord vooraf’ bij De maakbare man. Notities over transseksualiteit (2013) schrijft Februari over de onbeschaamde nieuwsgierigheid van programmamakers en interviewers naar precies die intieme kanten van het privéleven waarvan zij ongetwijfeld hebben gedacht dat iedereen dat wil weten, alsof we inmiddels allemaal de schaamte ver voorbij zijn. Maar op elke pagina van het boek is het tastbaar dat alleen iemand die zelf die transitie heeft doorgemaakt zó lucide, speels, humoristisch, tegendraads en niet in de laatste plaats ontroerend daarover kan schrijven. Zo kan alleen Februari dat. Onbedoeld is het een pleidooi voor literatuur, tegen een teveel, maar vooral ook tegen een te weinig ervan. De literatuur heeft het hard nodig. Alleen al voor dit boek had Februari de P.C. Hooft-prijs verdiend, al heeft hij gelukkig veel meer geschreven waarvoor deze prijs de vanzelfsprekende bekroning is.